Over een boom

oktober 20, 2008

Hij ving licht. Zijn bladeren stuurde hij alle kanten op, om zoveel mogelijk van dat wonderlijke goedje op te vangen, ruisend in de wind. Hij ving het licht en sloeg het op in zijn cellen, duizenden tegelijk, en samen met het water dat hij uit de grond trok en de koolstofdioxide uit de wereld om hem heen werd het tot glucose. Energie. Hij zat vol met deze energie, hij at het en had verder niets nodig. Wat hij uitstootte was de levensadem van de andere wezens die er leefden, hij was één grote gigantische luchtfilteraar.

Eerst was hij een zaadje, dat zich diep in de grond nestelde. Toen was het water gekomen, en was hij omhoog gaan reiken, naar de bron van warmte die op de aarde scheen. Hij groeide en groeide en won het gevecht met de andere planten om het felbegeerde zonlicht. Hij werd zo groot dat hij het altijd zou kunnen vangen, en werd deel van het landschap. Soms zaten of lagen er wezens onder hem, zaten ze in zijn takken of knaagden aan hem, maar hij had geen besef van tijd. Met de lente vormde hij nieuwe scheuten en maakte fris groen blad, dat in de zomer tot een dieper groen kleurde. In de herfst liet hij het dan weer vallen, om kaal de winter in te gaan. Waar de cyclus weer opnieuw begon.

Toen kwamen de mannen van de gemeente.
“De buurtbewoners hebben geklaagd. Hij wordt te groot.”

En in een halve dag was zijn verhaal uitgewist.

Gouden regen

juni 18, 2008

Mijn opa en oma hebben altijd een grote tuin gehad. Tenminste, voor mijn begrippen was het groot. Wij woonden in een toch redelijk ruim rijtjeshuis, maar met een postzegeltuintje er achter. Waar de ruimte bij ons in het huis zat, zat het bij opa en oma in de tuin.
Read the rest of this entry »

Wat niemand ziet

november 6, 2007

Als ze er over praat, zegt ze, is het net of het iemand anders overkomen is. Toch merk ik de schaduw wel op en de luchtigheid waarmee ze het onderwerp wil afdoen. “Maar alles is nog goedgekomen!” Omdat het haar toch nog wel raakt. Ook al is het al een tijd geleden.
Read the rest of this entry »

Rosmarinus

oktober 8, 2007

Toen ze de deur achter zich sloot, bevond ze zich in een lichte, schone ruimte. Het raam keek uit op de weelderige tuin, als daar iemand liep zou ze gezien worden. Even was ze bang dat ze misschien – al dan bedoeld of niet – bespied zou worden, maar daar zette ze zich al snel overheen. In het raamkozijn stonden glazen potten met rozenblaadjes, gedroogde kruiden en dennenappels. Deze gaven haar een vertrouwd gevoel, en ze bedacht dat ze die thuis ook neer zou kunnen zetten. Het bad liet ze voor wat het was. Ze zette de douche vast aan en liet haar kleren op de grond glijden, om even later onder de verkwikkende straal te stappen. Damp deed de glazen lijsten aan de muren beslaan. Badende, naakte dames die nu net als zij in mist gehuld waren. Ze keek naar buiten. Er stond niemand in de tuin. Het voelde vrij.

Wolven

juni 19, 2007

Ze deed haar best om met hem te blijven praten. Om hem niet uit het oog te verliezen. Al kwam het niet vaak voor dat hij haar aansprak, ze vond het toch leuk om met hem te praten. Het werd nooit een normaal iets, ze moest er altijd een beetje moeite voor doen. Dan leek het of ze hem stukje bij beetje binnenhaalde, op een gegeven moment kwam hij zelfs bij haar langs. Om te hangen, te praten en niks te doen. Dat vond ze een overwinning voor zichzelf. Haalde er een beetje zelfvertrouwen uit.

Tot hij dan weer volledig omsloeg en het hele proces vergeten leek te zijn. Moest ze weer van voor af aan beginnen. Vragen om verklaringen had geen zin, er kwamen toch nooit zinnige antwoorden. De teleurstelling kwam weer en ze begreep niet waarom. Ze begreep er nooit iets van. Ze wilde er niet aan dat wolven altijd wolven blijven.

Cappuccino

maart 20, 2007

Als ik mijn pakje roze bosvruchtenauto’s en flesje cola zero – goedkoop – op de toonbank leg, hijst de verkoopster zich langzaam omhoog uit haar stoel om af te rekenen. *Bliepbliep* gaan mijn items over de scanner. “Wilt u er nog een lekkere cappuccino bij?” klinkt het monotoon. Ik bekijk de verkoopster eens aandachtig. Een stel onverschillige vaalblauwe ogen kijken terug vanachter brillenglazen en vanonder een bos sluik haar van onbestemde kleur.

“Kijk” wil ik zeggen. “Als je mensen iets gaat proberen te verkopen waar ze eigenlijk niet op zitten te wachten, toon dan een beetje enthousiasme. Glimlach.” In mijn fantasie en in het echt blijft de verkoopster uilig kijken. Waarschijnlijk heeft ze het zinnetje aangereikt gekregen door de manager van de shop. Soms werkt dat, hoe vaak koop je immers iets waar je eigenlijk niet voor kwam? Hoewel ze dat “lekkere” misschien beter achterwegen had kunnen laten. Voor de vorm. Bovendien heb ik al cola.

“Nee dank je” zeg ik.

Uit.

december 20, 2006

Een meisje van vijftien heeft het moeilijk thuis. Ze heeft vaak ruzie, wie weet wat er gaande is? Ze raakt zwanger van haar vriendje. Ze ziet het niet meer zitten. In een wanhoopsdaad springt ze van een viaduct, klapt op een auto, belandt op de weg en wordt daarna ook nog eens overreden. Enkele momenten leeft ze nog, daarna is er het einde.

Een jongen loopt de bloemenwinkel binnen. Zijn gezicht is leeg. “Mijn zus is overleden” zegt hij tegen de verkoopster.
De opdrachten stromen binnen, rouwboeketten. “Hopelijk vind je nu eindelijk rust” staat er op het ene kaartje, “Waarom?” staat er op het andere.

“Heb je het gehoord?” zeggen de mensen, “Van dat meisje..”

Een leven eindigt, een roep om hulp blijft onbeantwoord, de omstanders tonen medeleven, maar niemand zal haar ooit begrijpen.

Ik zat (on)geduldig op mijn trein te wachten, op een veel te vroeg tijdstip op een winderige ochtend, toen een behoofddoekte vrouw die ik rond de 30 schatte naast mij plaats nam op het wachtbankje. Wat schetste mijn verbazing toen ze haar telefoon uit haar tas nam en op volledig accentloze wijze in het toestel begon te spreken.

“Hey liefje, met je tante, was je al wakker? Oh, je moet dalijk naar school he?”

Een normaal gesprek van tante tot nichtje volgde. Wat is hier zo bijzonder aan? Dat ik mij afvroeg of ik nu echt zo bekrompen ben, dat ik die normale stem niet verwachtte.

Smile

december 5, 2006

Ik zat in de bus met mijn baal-hoofd. Vorige week heb ik namelijk wat slechte berichten van mijn mentrix ontvangen, en daar was ik helemaal niet blij over. Deels mijn eigen schuld, maar toch wel erg hard gebracht. Hierdoor had ik totaal geen zin om vandaag nog naar school te gaan, maar wat moet, moet.

Dus zat ik in de bus met mijn baal-hoofd, en voelde me Ontzettend Weemoedig. Een jongen met een wat Spaansig uiterlijk kwam tegenover me zitten en zocht oogcontact. En glimlachte. Ik glimlachte terug, hoe vaak ontvang je immers zomaar een open glimlach van een vreemde?

Ik voelde me meteen een stuk beter. En bleef glimlachen. En bedacht hoe makkelijk ik me eigenlijk van mijn stuk laat brengen. Al met al kwam ik met een opgeklaard humeur op school. Dus hierbij : Dankjewel vreemdeling

voor de glimlach.

Soft, softer, softest

oktober 31, 2006

De luiken zijn gesloten, de lichten zijn gedoofd. Twee vingers die zachtjes de blote huid van mijn nek strelen, mijn oor tegen het hart van mijn lief. Ik hoor het kloppen, regelmatig en warm, fijn. Zijn andere hand dwaalt gedachteloos op en neer over mijn rug, af en toe plukkend aan mijn trui. Mijn haar is verward.

Diepe zucht. Ik hoef even niets meer, laat ons maar liggen. In een eindeloze winterslaap.