You are currently browsing the monthly archive for augustus 2009.
De jaren tachtig waren jaren van romantiek. Er is zo ontzettend veel romantische muziek geproduceerd, er zijn zo veel powerballads gekweeld.
Nu zijn we allemaal een beetje blasé en geloven we het wel, maar toen was het echt Echt.
Het was ik wil je bezitten, ik wil je voor altijd en eeuwig. Nooit meer een ander. Ik kus de grond waar jij loopt, ik aanbid je, je maakt me gek.
Ergens vraag ik me af waar precies die verandering tot stand is gekomen. Waar we omgeslagen zijn en besloten niet meer te geloven in voor altijd en eeuwig. We geloven immers ook massaal niet meer in het huwelijk.
Nu is het ik wil met je naar bed. Ik wil een hele wilde nacht met je hebben.
We zingen elkaar een beetje na, en als we niets kunnen verzinnen stelen we de melodie ook nog. Het gaat nergens over.
Ik zeg to hell met dat halfzachte gedoe. Wat zijn we, mensen of muizen?
Verklaar de liefde! Schreeuw het van de daken! Doe maar sentimenteel!
Dat is tenminste echt.
Ohja, en Roxette.
Daar hou ik van.
Waarschijnlijk was het door die zwaan dat ik begon te denken dat ik ook wel zonder vlees kon. Als zij het kon, waarom kon ik het dan niet.
Ik las een artikel over vegetarisme, en dacht terug aan wat een zeker persoon ooit tegen me zei.
“We hoeven tegenwoordig helemaal geen vlees meer te eten, het is pure gemakszucht om het wel te doen.” En het is ook wel zo, het hoeft eigenlijk niet. Het is gewoon lekker.
Dus eet ik sinds vorige week dinsdag vegetarisch.
Ik weet nog niet helemaal hoe ik het een plekje moet geven, tot nu toe is het voornamelijk veel tofu en komkommer. En tomaat, rauw.
Niet dat ik nu verhonger of iets dergelijks. Het is meer dat ik nog niet echt doorheb hoe ik een smakelijk gerecht op tafel kan toveren, maar daar gaan de kookboeken die ik aangeschaft heb me bij helpen.
Ik wil niet zo iemand zijn die nooit haar gewoontes kan veranderen of te gemakzuchtig is om een beter persoon te zijn. Dit voelt als een goede beslissing.
Dus geen beestjes meer op het menu voor Indigo.
Ik ben gefascineerd door de zwanen. Ik weet niet precies waarom zo opeens, maar ik kan niet stoppen met naar ze te zoeken, in alles om me heen.
Ze lijken me de vertegenwoordigers van een soort oerkracht, een puurheid, een rotsvast idealisme in een veranderende wereld.
Ze blijven hun hele leven bij elkaar, trouw.
Ze verdedigen huis en haard – familie en het nest.
Ze zijn krachtig en gracieus, zoals ze stil en sereen over het water glijden, of hun vleugels uitslaan en de wereld weg doen vallen.
Het is alsof ze hier eigenlijk niet thuishoren.
Of toch juist wel. Misschien horen wij hier juist niet thuis, met onze vernietigende, onnatuurlijke kracht. Alles verslindend en gebruikend, tot er niets moois meer is. Met onze stompzinnigheid en onnadenkendheid, alles gelovend wat we willen geloven.
Zodat iets schoons zoals een zwaan ontheemd lijkt tussen de bouwputten en het verkeer. Een sprankje hoop, verdwaald.
Misschien is het dat ik meer van eindigen hou dan van beginnen.
Beginnen is altijd hoopvol, glansrijk. Je gaat het maken, het gaat lukken!
Maar niets is groter dan de opluchting als je eindelijk ergens weg mag.
Nu is rondhangen niet mijn grootste gave, ik kan me niet één ding bedenken dat ik lang heb volgehouden, afgezien van mijn relaties. Misschien is daar het blijf-deel in opgeslagen dat ik in de rest van mijn beslommeringen moet missen. Het begon al op de basisschool, met de honderdduizend sporten die ik beoefend heb, Dit moest het echt wel zijn! Nadat de realiteit dan een tijdje huisgehouden had was ik het al snel weer beu, en vlinderde ik door naar de volgende hobby.
Met mensen heb ik het lang volgehouden, ook als de vriendschap in kwestie al een tijd doodgebloed was, en ik naar de rokende resten stond te staren.
Nee, het kan nog wel, kom op, ik laat je niet gaan!
Uiteindelijk betekent elk vaarwel een kans op een schone lei, een kans op vrijheid. Weg te lopen en het allemaal achter te laten. Het kaf van het koren scheiden. Niet omdat je denkt dat er een wonderbaarlijke oplossing komt , maar omdat je niet naief wilt zijn.
Nu, kijkend naar een ander vaarwel, misschien niet nu gelijk, maar wel binnenkort, heb ik gemengde gevoelens. Echter, als ik het goed afweeg, vind ik de voordelen niet meer groot genoeg om te blijven. Het gaat wel, of het gaat niet. Misschien is er ergens een werkge(efster)ver die me graag wil adopteren.
Worry worry worry worry worry worry worry..
Vrezen voor je baan, één van de nieuwere, onaangenamere ervaringen. Het is niet dat ik er gelukkig ben, niemand is er gelukkig. Maar het is werk, het brengt geld binnen zodat ik kan doen wat ik wil doen.
Het knaagt aan me. De collega’s die over elkaar roddelen, de baas die over de collega’s roddelt, en de algehele sfeer van ontevredenheid. Broedend, venijnig, zoekend naar een nieuw doelwit. Baas die me zelf niet wil vertellen wat ik verkeerd doe, maar het er liever over heeft met de collega’s, in de hoop dat zij er iets van zullen zeggen. Heel hard werken, maar niet gewaardeerd worden.
Ik kan me er niet goed meer bij neerleggen, het onschuldige groentje uithangen en doen alsof ik het allemaal niet zie. Alsof ik denk dat het zin heeft mijn best te doen voor baas, zoals de rest van zijn werknemers – waarvan sommigen er al 10 jaar werken, maar nog steeds gemakkelijk aan de kant worden geschoven.
Het is teveel, al zo vroeg. Het jaar dat ik er werk is nog niet eens rond. En nu al zo balen, zo ontzettend balen.
That’s just a piece of my mind. Absolutely fine otherwise, couldn’t be happier if it weren’t for the stress.
Just kind of wish I could shut the worrying off and let happen what needs to happen..

