Dichterbij

oktober 20, 2008

Tussen het bestellen bij bol

[ Er kwam een boek over Egypte, een boek van Sophie van der Stap, een Murakami en een Lulu Wang. Sinds ik bol.com ontdekt heb is er geen houden meer aan en dreigen de boeken mijn kamer te overstelpen, precies zoals ik het wil. Hoe kan ik er anders later - in mijn eigen apartementje - een wand mee vullen. Daarnaast stillen cd's van Room Eleven en anime films mijn consumeerhonger, want zoals iedereen hou ik van dingetjes. ]

, het naar school gaan,
animal cops kijken ,
het dagdromen
en de lange weekenden bij B. door
liep ik ook nog eens stage in een hippe bloemenwinkel in de havenstad.

Sinds ik voor het laatst in het centrum was geweest is het flink opgeknapt, met grote glimmende geometrie. Voor het CS is het nog steeds een bouwput, maar de chaos heeft plaatsgemaakt voor de orde van alledag, ontstaan door de lange termijn situatie.  Misschien is het alleen echt veranderd in mijn hoofd, maar waar ik het eerst helemaal niets vond bekijk ik de gebouwen met ontzag en vind ik dat de stad iets heeft. Iets van in beweging zijn, gebeuren.

Dat gebeuren gebeurt ook waar ik het – met een beetje geluk – in beweging zet. De stagemensen willen me graag hebben voor werken/leren, wat wil zeggen : ik werk en haal mijn diploma en zij betalen mij. Dat betekent dat dat apartementje en daarmee de toekomst, steeds dichterbij komt.

Over een boom

oktober 20, 2008

Hij ving licht. Zijn bladeren stuurde hij alle kanten op, om zoveel mogelijk van dat wonderlijke goedje op te vangen, ruisend in de wind. Hij ving het licht en sloeg het op in zijn cellen, duizenden tegelijk, en samen met het water dat hij uit de grond trok en de koolstofdioxide uit de wereld om hem heen werd het tot glucose. Energie. Hij zat vol met deze energie, hij at het en had verder niets nodig. Wat hij uitstootte was de levensadem van de andere wezens die er leefden, hij was één grote gigantische luchtfilteraar.

Eerst was hij een zaadje, dat zich diep in de grond nestelde. Toen was het water gekomen, en was hij omhoog gaan reiken, naar de bron van warmte die op de aarde scheen. Hij groeide en groeide en won het gevecht met de andere planten om het felbegeerde zonlicht. Hij werd zo groot dat hij het altijd zou kunnen vangen, en werd deel van het landschap. Soms zaten of lagen er wezens onder hem, zaten ze in zijn takken of knaagden aan hem, maar hij had geen besef van tijd. Met de lente vormde hij nieuwe scheuten en maakte fris groen blad, dat in de zomer tot een dieper groen kleurde. In de herfst liet hij het dan weer vallen, om kaal de winter in te gaan. Waar de cyclus weer opnieuw begon.

Toen kwamen de mannen van de gemeente.
“De buurtbewoners hebben geklaagd. Hij wordt te groot.”

En in een halve dag was zijn verhaal uitgewist.

De toekomst is

oktober 19, 2008

De toekomst is dichtbij.

Van sint naar sint

oktober 8, 2008

Mijn opa zat in een rolstoel, met een donkere vlek op zijn gezicht. De vlek was van zijn val, en om zijn hand zat een verband. Mijn vader, zijn zoon, zat naast hem, en probeerde de werkelijkheid naar hem terug te brengen. Ik gaf hem een envelop met een grote kaart erin, een beterschapskaart, die hij niet uit de verpakking kreeg. Ik liet hem even worstelen en stak toen een hand toe om hem te helpen.
Read the rest of this entry »

Incognito’s

oktober 3, 2008

Al mijn vrienden zijn anders. Ik ben geen persoon voor grote groepen mensen om me heen. Als ik toevallig in zo’n groepje verkeer is het prima, maar om ze allemaal bij elkaar te houden en te zorgen dat ze het naar hun zin hebben, dat vind ik moeilijk. Daarbij zitten er personen bij die niet zulke groepsmensen zijn, of elkaar niet kennen. Daarom spreek ik liever 1 op 1 met ze af.

Bij de één moet ik altijd contact zoeken, de ander smst me of spreekt me aan op msn, weer een ander zie ik eens in het halfjaar. Stuk voor stuk hebben ze hun eigenaardigheden, likes en dislikes, hun stroefheid in contact met mensen of openheid naar anderen toe. De een studeert psychologie, de ander probeert een eigen bedrijf op te zetten, weer een ander is techneut, postbode of werkloos. Naar buiten toe lijkt het vaak of ik niet zo’n denderend sociaal leven heb met mijn vrienden, maar ze zijn er wel. En stuk voor stuk zijn het allemaal bijzondere, beschaafde, eigenzinnige mensen. Daarom voel ik me best rijk, al zie je ons niet met zijn allen het café binnenstormen, of de dansvloer beheersen. Ik weet dat ze er zijn, incognitootjes.

En dat is voor mij genoeg.

Herfst, herfsteriger

oktober 2, 2008

Ik weet niet waarom, maar langzamerhand voel ik me steeds droever gestemd. Emotioneler, sneller geïrriteerd, neerslachtiger. Alsof ik het niet kan laten om, nu de bladeren vallen, inwendig mee te huilen met het sterven van de wereld om me heen. Mensen, indrukken, ik ga weer naar school. Vroeg opstaan, mezelf uit het warme bed slepen. B. mag vaak wat langer blijven liggen, iets mompelend wat klinkt als “Wikookwanjou” als ik wegga. Ik kus hem, een half gesmoorde kreun volgt – niet storen.

Het spirituele “Ik ben één met de wereld” gevoel blijft niet lang hangen als je je in de wereld begeeft, in plaats van in je veilige coconnetje te blijven. Ik ben moe en wikkel mezelf in een wollen poncho die ik in het voorjaar in Frankrijk gekocht heb, samen met B. De regen slaat tegen mijn raam, en ik ben blij dat ik binnen zit. Een kaarsje verspreidt de geur van kaneel. Ergens ben ik ook wel tevreden. Het hoort er gewoon bij, dit gevoel.