You are currently browsing the monthly archive for september 2006.

Beste Geluksregelaar,

Ik heb een klacht.

Ik ben niet zo happy. En voor de verandering heb ik daar eens een specifieke reden voor : het gaat niet zo lekker op mijn stage. Daarbij ben ik een beetje een lafaard. Als ik een probleem heb, ren ik ofwel heel hard weg, of negeer ik het probleem. Struisvogelpolitiek heet dat geloof ik.

Nu is dat probleem ook weer niet Zo’n Ontzettend Probleem, maar wel vervelend. Want als je het niet naar je zin hebt op je stage, hoe lang kun je je daarvoor verstoppen? Een keertje overslaan, maar daarna moet je wel weer komen opdagen voordat men vragen gaat stellen.

Het probleem ligt erin dat ik bij stage een deel van het genoegen dat ik eraan beleef haal uit het helpen van klanten, praten met klanten tussen het werk door, en enige afwisseling in de taken. Nu is het zo dat ik bij mijn vorige stageperiode op een andere dag stage liep, waarbij mijn baas en stagebegeleider altijd aanwezig was. Als ik dan “iets had”, of “iets vond”, kon ik hem er meteen op aanspreken. Na enig overwegen overigens, want ik wil vooral niet lastig zijn.

Op de dag waarop ik deze periode stage loop is mijn baas niet aanwezig. Als ik er aankom ligt er een briefje voor me klaar wat ik die dag allemaal moet uitvoeren, en dat is altijd hetzelfde. Enige creativiteit of afwisseling komt er al niet meer bij kijken, er staat precies welke bloemen en welk groen ik moet gebruiken en eventuele toevoegingen (frutsels), naast de andere taken. Geen klanten helpen, zodat ik “fijn” meer tijd heb voor andere dingen. Daar baal ik eerlijkgezegd een beetje van. Het komt op mij over als bezigheidstherapie, of klusjes die de stagiaire kan doen zodat de rest van het personeel minder belast wordt. En dat is niet de reden dat ik stage loop, ik loop stage om er enigszins wijzer en vaardiger van te worden. Als ik altijd dezelfde dingen moet maken leer ik daar niets van.

Nu weet ik dat ik mijn baas er eigenlijk op aan zou moeten spreken als ik hierdoor met tegenzin naar mijn stage vertrek, maar tot zover heb ik daar weinig gelegenheid voor gehad. Baas is al niet de meest toegankelijke persoon, en over de telefoon nog een stukje minder.

Dus zucht ik diep en pas ik nog eens mijn struisvogelpolitiek toe. Niet zeuren en gaan. Of niet? Misschien kunt u er een beetje aan sleutelen. Omdat ik zo’n bangerik ben. Een duwtje geven of iets dergelijks. Als het kan.

Bij voorbaat dank,

Indigo

mis hem als een warme deken
bij een haardvuur lang gedoofd
blijf dan liggen in het donker
vasthoudend aan een gevoel

en weet je leeg
dan voor een tijdje.

De kamer was klein en knus. Blauwe gordijnen had ik, meen ik me te herinneren. Eerst boerderijbehang, daarna groen behang, en toen kwam het onderzee-behang. Een bed dat opklapte tegen de muur, met gele gordijnen er omheen, daarna een “echt” bed dat met me mee groeide. De muur verschoof, de kamer werd groter. Ik verschool me in het donkere kruiphoekje onder in de kast. Ik mocht daar eigenlijk niet zitten van mijn vader, zeker niet met de deur dicht. Je wist immers nooit of iemand hem op slot deed. Maar ik vond het daar leuk, het was een verstophoekje. In het poppenhuis bewaarde ik snoepjes, voor als ik straf had. Dan at ik die snoepjes en genoot ervan dat ik ze had, terwijl ik eigenlijk nergens van mocht genieten. Een bureautje met porseleinen beeldjes van katten en konijnen. Mijn broer brak er een. Ik huilde hard.

Teveel knuffels in mijn bed, zodat ik er bijna niet meer bij paste. Mijn ouders die probeerden maatregelen te verzinnen om de stoffen beesten in te dammen. Maar ze wisten niet hoe ik me s’nachts in hen kon verbergen voor de schaduw die op me toesloop, en op mijn borst ging zitten. Groot was hij, en erger met het licht aan. Hij had me al gezien, nu was het te laat. Hoe kwam het toch dat ik hem ook in het donker een wolk zag zijn? Dan lag ik tot ik het niet meer uithield, zachtjes ademend.

Stil.

Mijn moeder was moe. Altijd dat meisje dat bang was voor het donker, dat naar haar slaapkamerdeur toe sloop en zachtjes “Mama” zei, alsof zij de enige was die het zou horen. Dan wat harder als er geen reactie kwam. Ze zou me wel niet horen. Ik had een nachtlampje, het was ok. Ik nam wat water en kroop terug, de rest van het donker ontwijkend. Een laatste sprong op het bed, me verbergend onder de dekens. Teveel knuffels was eigenlijk niet fijn, ze wilden allemaal aandacht.

De gordijnen waren blauw. Mijn kamer was klein. De meubels waren van donker hout en we hadden jutebehang op de muren. Als ik mijn hoofd ondersteboven draaide kon ik doen alsof we op het plafond woonden. Veel leuker.

Dromen zijn dromen, en dromen doen wat ze doen. Hij die zegt dat hij nooit droomt is een leugenaar, of heeft een slecht geheugen. Toen ik vannacht droomde dat ik een demon liefhad, had dat misschien ergens wel voeten in de aarde. Al lagen die voeten wellicht in mijn fantasie, of een herinnering van een verhaal. Maar ach, als je fantaseert, fantaseer dan goed. Zo kwam het dat de demon, een lange knappe man, mij kuste, een sneetje in mijn huid maakte en daar mijn bloed uit dronk. Geen onaangenaam gevoel, al vond mijn droomzelf het niet helemaal pluis, daar ze hem toch probeerde te verjagen, ondanks zijn aantrekkelijke verschijning.

Misschien heeft dat zijn weerslag op mijn werkelijke liefdesleven : niet alles wat goed voelt is ook goed. Tenslotte neemt hij mijn bloed (en daarmee mijn energie, emotie?), wat uiteindelijk slecht voor mij is. Of, wat mooi lijkt is niet altijd mooi.

While we’re in love
We’ll bleed eachother dry
We’ll hold eachother close
We’ll make eachother cry

While we’re in love
We’ll get what we deserve
Until we lose our faith
Until we lose our nerve

- Ivy, While we’re in love

Het spijt me wel te zeggen dat ik er op dit moment niet meer zo in geloof, l’amour. I have my reasons.

Test

- Datums kloppen :) . Zo te zien werkt alles prima.

De eerste post is altijd iets moeizaams waar je je overheen moet zetten. Een introductie, een uitleg, een “Hallo, ik ben die en die”, nog teveel ruimte om te vullen. Ik weet nog niet of ik hier definitief op ga loggen, voorlopig een probeersel om te zien of het bevalt. Mijn andere log [Indigo coloured life] blijft zowieso bestaan, er staat teveel geschiedenis op om zomaar weg te gooien. Eerder heb ik dat al eens gedaan, en daar kreeg ik spijt van. I’ll just go with it for now.