Home

juni 13, 2009

Na twee weken heerlijk op het strand gelegen te hebben (onder andere) moet ik mezelf een halt toeroepen als ik onmiddellijk weer over het www begin te razen. Dit moet ik lezen en dat moet ik regelen, dit updaten en dat veranderen. Moet dit echt? Nee. Waarom doe ik het dan?

Mijn spullen zitten nog onuitgepakt in hun tassen, en ik heb mijn reiskleren nog aan. Foto’s moeten van mijn telefoon af, maar waar is dat stekkertje ook al weer?

Pfff. Weet je..I don’t Have to do this now.Stekker eruit.

I will make me proud

mei 27, 2009

Op een gegeven moment begon ik eraan. Gedachten als “Wie ben ik om…” werden naar de achtergrond verdreven, omdat ze nergens op sloegen. Want wie ben ik dat ik het recht niet heb om dingen te proberen? Te leren? Het was niet alsof ik aan Idols mee wilde doen. Ik wilde gewoon leren zingen.

Toen ik klein was, was ik de eerste die een liedje zou zingen op het podium. Want dat was één van de dingen waarbij ik me nog wel over mijn verlegenheid heen wilde zetten. Voor les was er bij ons thuis geen geld, en bovendien – zo dacht ik zelf – was dat toch alleen voor speciale mensen?

Nu ben ik groot, en kan ik doen wat ik wil. En wat ik wil is leuke dingen doen. Dingen die me vrolijk maken, die me zelfvertrouwen geven. Want ik kan het betalen, en ik heb de tijd. En nu gaat het steeds beter.

Elke week maak ik mezelf een beetje bang met de gedachte dat ik niet zo hard vooruit ga als ik zou willen, dat ik er beter mee kan stoppen, dat het niet voor me weggelegd is. Maar elke week als ik op mijn les kom, vind ik het weer hartstikke leuk.

En stiekem ben ik daar best wel een beetje trots op.

Weer

mei 26, 2009

Dat onze voorouders respect hadden voor het natuurgeweld, veroorzaakt door woeste, onvoorspelbare goden, kan ik volledig begrijpen. Ik denk dat het om 4 uur begon, of misschien eerder, de regen die heel hard rammelde dat het naar binnen wilde, en de flitsen die het achtervolgden. BOEMMMM…En toen lag ik er middenin. En hoopte dat het dak heel goed vast zat, omdat het klonk alsof we zo zouden opstijgen.

Heksenweer.

Doe

mei 24, 2009

Op de dagen dat het fijn is, is het simpel. Ik hang op de bank en kijk “An evening with Kevin Smith”, terwijl B. nieuwe snaren op zijn gitaar zet. Bij tijd en wijle lig ik krom van het lachen, en B. komt bij me zitten. Ik vind Kevin Smith en zijn partner in crime, Jason Mewes, verschrikkelijk grappig. Hij is de maker van onder andere Dogma en de Jay en Silent Bob films, maar wanneer hij zichzelf is is hij op zijn best, verhalen vertellend die van de hak op de tak springen.

We barbecueën en zitten later rond de vuurkorf, en allerlei discussies worden gevoerd. We zijn het niet eens over veel dingen, maar we vinden dat het anders moet, en hoe meer we drinken, des te meer vallen we stil. Het licht speelt over de takken van de bamboe en de koi’s zwemmen traag in hun borrelende bak.

Ik denk over later, hoe het zou zijn. Mijn toekomst, en die van B. Hij heeft morgen een auditie voor het conservatorium, ook zijn toekomst komt eraan, hopelijk een vol glans en geluk .

Ik weet nog steeds niet waarom we leven. Ik doe het gewoon.

Dacht

mei 22, 2009

In de trein is er moe, en zere voeten. Razend door het werk heen, opdracht na opdracht verslindend, met en zonder commentaar in mijn hoofd. Met en zonder me er overheen te zetten, en het weten hoe mensen zijn, en het zinloze van het bespreken van hoe mensen doen.

Goed is als het snel gaat, maar dan is het moe, en is het weer weekend, moet ik nog een dag, want de zaterdag is nooit vrij voor jonge blonde meisjes vrouwen. Ik bedenk mij “Ok, het maakt niet uit hoe snel ik thuis ben nu. Tijd is tijd.” en fiets langzamer naar huis vanaf het station. De bomen wuiven op dezelfde wijze en de lucht is hetzelfde blauw dat ze altijd is op zomerse dagen.

Ik sms, maar krijg weinig gehoor, ze hebben het allemaal druk. Ik ben veel privé, maar hey, ik ben er nog hoor! Al vergeet ik mijn sociale zelf soms. Woekerende, verwaarloosde tuin is zij, en nu wil ik haar in één middag laten bloeien, dat gaat zomaar niet.

Maar volgende week op dit tijdstip zit ik in Spanje.

Ons

april 14, 2009

Ik heb wat uurtjes gestolen. Nu ja, eigenlijk zijn ze van mij, en niet van hen. Later zal ik daar weer voor boeten, maar ik kon echt niet anders.

Het raam staat open, buiten schijnt de zon, en de tuin leent zich er uitstekend voor om nu in te rommelen; te verpotten en veranderen. Ik schrob groene aanslag van de tegels en maak een beginnetje aan mijn potten-kruidentuin. Straks moet alles wat ik ooit zou willen aan kruiden om mee te kokerellen, thee van te trekken of smeersels van te maken, zich daar gaan bevinden, in mijn hoekje.

Er staat een tafeltje in mijn hoekje, en een grote tak die een vlinderboom is geweest in mijn papa’s tuin, waaraan windchimes hun best doen de atmosfeer te verruimen. En er ligt een groot stuk wilgenhout. Dezelfde wilg die gekapt werd dankzij het onnozele geklaag van de buurtbewoners. En nu komen er allemaal kleine sprietjes uit. Stiekem vond ik het wel heel erg leuk toen ik ze ontdekte. Ze zullen ons er niet onder krijgen.

Blauwe

april 3, 2009

Duizend blauwe zomers
droegen me over duizend smalle paden.

Het zwaard, de wolf

maart 3, 2009

De wolf keek haar aan met zijn doordringend blauw-witte ogen. Hij stelde haar een vraag. Hij stelde haar de vraag of ze oprecht zou doen wat ze deed, als haar zielenheil er vanaf hing. Hij stelde haar de vraag of gerechtigheid bestond. Ze moest hem eerlijk antwoorden. Had ze de kracht te zijn zoals hij, oprecht, zonder compromis? Om te doen wat juist was?

De wolf was het zwaard. De kling die geen plek had voor leugens of schijnheiligheid. Het zwaard dat iedereen uiteindelijk dezelfde vragen zou stellen, of ze het nu wilden horen of niet. Om weg te krimpen voor het zwaard, angst te voelen voor de waarheid, was de grootste zwakte.

Postwinterdepressie

februari 19, 2009

Buiten begint de lucht aan zijn verandering, zoals elk jaar, subtiel. Het is nog koud, en terwijl ik loop dwarrelen sneeuwvlokjes zacht naar beneden, maar ik kan de verandering voelen. Het voelt en ruikt lichter, levendiger. Belofte. Een sprankje hoop laat zich horen in mijn achterhoofd.

Ik loop naar de tandarts, omdat de ketting van mijn fiets eraf is en ik geen tijd meer heb. Maandag kreeg ik ruzie met mijn moeder over iets stoms, en dinsdag liet ik de sleutels van mijn stiefvader’s auto in de put vallen, waarna we ze eruit moesten vissen. Dit alles draagt bij aan mijn mindere zonnige stemming.

Daarbij zijn er andere factoren. Ik heb me een beetje een complex aan laten praten. Over mijn haar en mijn huid. Het idee heeft postgevat dat er nog veel valt te verbeteren aan verschijning, terwijl ik voorheen veel minder last had van dit soort gedachten. Mijn zelfvertrouwen is ingezakt en ik voel me slungelig, stug en saai.

Op het werk vraag ik me af hoe zinvol ik bezig ben. Kan ik niet beter iets gaan doen waar de mensheid in ieder geval iets aan heeft, in plaats van hen dingen te verkopen die ze niet nodig hebben, voor een veel te hoge prijs?

Waar is toch de zon, als ik haar nodig heb? Waar is de vreugde? Ik kan de winter niet meer luchten of zien.